Simeon ten Holt (1923) door Wilma de Rek, verschenen in de Volkskrant.


'Natuurlijk hebben muziek en tijd met elkaar te maken', zegt Simeon ten Holt. 'Muziek is een bewegingskunst, muziek is zonder tijd zelfs niet denkbaar, die zijn absoluut aan elkaar verbonden. Als de tijd er niet meer zou zijn, zou er ook geen muziek zijn. En voor mijn muziek moet je tijd hebben; er is een zekere bezonkenheid nodig om ernaar kunnen luisteren. Maar de mensen hebben tegenwoordig geen tijd meer. Ze zijn druk en snel en alleen maar bezig met het heden.'
Simeon ten Holt werd geboren in Bergen op 24 januari 1923 als zoon van de Bergense schilder Henri F. ten Holt en Kitty Cox. Drie van de vier kinderen Ten Holt gingen 'de kunst in'; Simeon studeerde piano en theorie bij de Bergense componist Jacob van Domselaer, zijn zus Sientje en broer Friso werden beeldend kunstenaar. Simeon en Sientje vertrokken eind jaren veertig samen naar Parijs, waar Simeon lessen volgde bij Darius Milhaud en bij Honegger. 
Medio jaren vijftig vestigde hij zich weer in Bergen, in een verbouwde bunker, waar hij een eigen toonsmethodiek ontwikkelde die hij de diagonaalgedachte noemde. Hij componeerde er de pianowerken Bagatellen, Diagonaalsuite en Diagonaalsonate. In 1968 maakte hij ..A/TA-LON voor mezzosopraan en 36 spelende en pratende instrumentalisten. Daarna volgden onder meer de electronische composities Inferno I en II. Vanaf 1970 doceerde hij hedendaagse muziek aan de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem. 
Van 1976 tot 1979 werkte hij aan het stuk dat hem beroemd maakte: de Canto Ostinato voor twee of meer piano's. Met de eerste opname van het stuk ging Ten Holt zelf de boer op; hij bracht hem bij platenzaken in het hele land. Uiteindelijk leverde een uitvoering door Kees Wieringa en Polo de Haas in 2001 platina op en bereikte Ten Holt een 63e plaats in de Klassieke Top 100 aller tijden. Het stuk is onlangs opnieuw opgenomen door het Piano Ensemble (Jeroen van Veen, Sandra van Veen, Irene Russo en Fred Oldenburg) voor de Kruidvat-box die over enkele weken uitkomt en die naast de Canto Ostinato de pianostukken Horizon, Méandres, Incantatie IV, Lemniscaat en Schaduw noch Prooi omvat. De box omvat 11 cd's met de Complete Multiple Piano Works. Jeroen en Sandra van Veen zijn samen met Ton van Asseldonk de oprichters van de Simeon ten Holt Foundation om de muziek van Ten Holt wereldwijd bekendheid te geven. Onlangs brachten zij Canto Ostinato in Canada in première. Jeroen is tevens de beheerder van Ten Holts website www.simeontenholt.com. 
Volgens Ten Holt is de Canto muziek 'die komt uit de diepere lagen van de archetypische mens': 'Er zit geen concept of idee achter, het is tot me gekomen.' Bijzonder aan het stuk is de grote vrijheid die het de uitvoerders geeft; niet alleen bepalen zij met hoeveel piano's ze het stuk uitvoeren, ook het aantal herhalingen van de verschillende secties waaruit het stuk is opgebouwd, en daarmee de totale lengte, ligt in hun handen. Het is de ultieme 'pianistische emancipatie', aldus Ten Holt: 'Je moet wel goed kunnen samenwerken. Vaak eindigt het met ruzie en muiterij.' Die uitvoerdersvrijheid geldt ook voor andere Ten Holt-stukken uit zijn latere periode, zoals Incantatie IV, Horizon en Lemniscaat. Lemniscaat duurde bij een uitvoering begin jaren tachtig twee volle etmalen; recent wist een aantal Russische musici de Canto Ostinato er in 20 minuten doorheen te jagen, dit omdat de bijlage niet gelezen was. 
Ten Holt zegt dat het hem niet uitmaakt. 'Ik heb ook wel eens gehoord dat ze de muziek in inrichtingen gebruiken om mongooltjes rustig te krijgen. En ik ben een keer op straat aangesproken door een jongeman met een kind op zijn rug, die zei: 'Meneer ten Holt, weet u dat dit kind is geconcipieerd op uw muziek?' De mensen doen maar. Als een kunstwerk klaar is, moet je het loslaten. De tijd zal leren of het muziek is die blijft.'

www.simeontenholt.com