Wamdat hij op 15 juni een gouden cd krijgt uitgereikt voor Canto ostinato.

Lekker bijzonder. Begrijpelijke reactie. Maar je vergeet dat Simeon ten Holt een nog levende componist van klassieke muziek is. Van klassieke cd's met moderne Nederlandse muziek van nog niet overleden componisten worden in de meeste gevallen amper honderd stuks verkocht. En dan rond ik nog buitengewoon riant naar boven af.
Hoeveel zijn er dan van die Ten Holt verkocht, van eigenaar verwisseld, om niet te zeggen, over de toonbank gegaan? Vijf-tien- dui-zend exemplaren.
Goedemorgen buurman. Ja, dat is geen kleintje pils.
Wat is er dan zo bijzonder aan de muziek van die Ten Holt dat er zulke mensenmassa's voor naar de winkel snellen? Veel mensen vinden die muziek gewoon mooi.
Je klinkt nu als Petje Pitamientje. Je hebt zeker liever een musicologisch exposé over de composities van Ten Holt.
Ik dacht dat je het nooit zou vragen. Het geheim van Ten Holts muzikale aantrekkingskracht is, meen ik, de manier waarop hij tonale harmonieën en melodieën inbedt in een postminimalistische transformatief repetitieve context, waardoor het geheel een trance- achtige werking tot gevolg kan hebben.
Geen piep-tuut-krak dus. Als je het in die termen omschrijft is het eerder tuut tuut tuut.
De kenners vinden het zeker weer niks. Sommige wel, andere niet. Dat is het mooie aan de muziek die Ten Holt sinds 1979 schrijft: zij verdeelt de gemeenschap in voor- en tegenstanders. Dat geeft zijn stukken een aantrekkelijk scherp polemisch-modernistisch randje. Vooral als je nagaat wat zijn muzikale achterland is. In de jaren zestig was hij een hardekern-Neutöner. Het kon hem niet complex en doorgestructureerd genoeg zijn. Piep tuut krak in het kwadraat.
Zijn er verkoopcijfers bekend uit die periode? Volgens schattingen is er in die jaren één plaat van hem verkocht.
En toen dacht die Ten Holt, ik ga weer prettige drieklanken schrijven, want dan verkoop ik beter. Nee, nare, cynische man, zo zat het helemaal niet. Want hij geloofde aanvankelijk heilig in zijn piep tuut krak-baksels. Maar hij begon op den duur een 'verschraling van het menselijk gevoel' in zijn creatieve eh, dinges, te ondervinden. Hij merkte dat hij als componist 'zat te liegen'. En toen warmde hij zijn kleumende ziel aan de tonaliteit en de harmonie.
Wat moet je nooit tegen Simeon ten Holt zeggen? Siem, als ik een behangetje zoek, ga ik wel naar Rath en Doodeheefver. Copyright: Het Parool

back