Muziek, woensdag 6 juni

Erik Voermans

Twee Nederlandse pianisten, twee verwante programma's en esthetische keuzes. Maar ook twee verschillende opnametechnici. En in dat laatste zit hem het belangrijkste verschil tussen de Simeon ten Holt van Tamara Rumiantsev en die van Jeroen van Veen.

De cd van Jeroen van Veen klinkt buitengewoon dof, wollig en omfloerst, waardoor er veel van het potentiële genot wordt weggenomen. En dat is erg jammer, want op Minimal piano works volume II heeft hij een interessant en weinig voor de hand liggend programma samengesteld dat een veel beter opnametechnisch lot zou verdienen. Op intelligente wijze combineert Van Veen werken van Ten Holt (Soloduiveldans IV) met Pärt, Cage (In a landscape), Satie (Vexations) en zelfs Friedrich Nietzsche, die niet alleen dikke boeken schreef maar ook componeerde, en dat levert een mooi beeld op van de geschiedenis der repetitieve muziek. Zijn uitvoeringen zijn bovendien helemaal niet slecht. Hoe spijtig dat de cd zeer matig klinkt.

Tamara Rumiantsev combineert Ten Holts 42 minuten durende Natalon in e met Fan dango van de achttiende-eeuwse Spaanse componist Antonio Soler, wiens repetitieve baslijnen een grote mate van verwantschap vertonen met de stijl van Ten Holt. Verschillen zijn er ook: Soler is melodisch veel springeriger dan Ten Holt. Toch is de combinatie prikkelend.

Zo ook haar glasheldere spel, dat in de Fandango in de technisch niet malse passages soms naar rommeligheid neigt, maar dat zij haar bijna vergeven. Ze wordt in elk geval geholpen door een prima opnamekwaliteit.

Copyright: Het Parool

back