Uit: Utrechts Nieuwsblad / Dagblad Rivierenland / De Gelderlander

Gouden cd voor componist Simeon ten Holt

Door: Joke Dame

Aanstaande vrijdag ontvangt componist Simeon ten Holt een gouden cd uit handen van Paul Witteman, want van de Emergo-Classicsversie van zijn Canto Ostinato, gespeeld door de pianisten Polo de Haas en Kees Wieringa, zijn 15.000 exemplaren verkocht. 15.000? Peanuts voor een popplaat, maar geen ander werk van een hedendaagse klassieke componist ging zo vaak over de toonbank als Ten Holts populaire Canto. Bij de uitreiking spelen dezelfde pianisten nog weer een nieuwe interpretatie van het variabele werk. Ten Holt: “ Het stuk als zodanig is nou eenmaal boeiend. Daar kan ik ook niks aan doen.”

U bent tien minuten te vroeg, nu heb ik de thee nog niet klaar.” Simeon ten Holt (78) verplaatst zich moeizaam door zijn uitgebroken éénkamerhuisje in het Noord-Hollandse Bergen. Rug en benen functioneren niet meer optimaal. Maar de afstand tussen de eenvoudige keuken en de felrode werktafel, langs de ruimtevullende Steinway, is gering (“een klein huis, daar heb je niet veel dingmatige last van”) en de thee wordt gezet.

“Heeft u vragen te stellen of moet ik zomaar wat vertellen?” Welluidend is de muziek van Ten Holt en dat is hem ook wel eens verweten in een tijd dat atonaliteit een dwingende wet was en tonaliteit gelijk stond aan een knieval voor het domme oor. De tijd dat hij zelf serieel componeerde heeft hij met Canto Ostinato (1979) definitief achter zich gelaten.

“Het positivisme en het structuralisme in de muziek hebben ravages aangericht. Ik zat gevangen in het dictaat van het schema. Het dictaat was weliswaar de neerslag van mijn innerlijk, maar ik zat als een ambtenaar mijn nootjes te noteren. Dat vond ik de vriesnacht, de nacht waarin de tonaliteit absoluut zoek was. Ik was een dor blad geworden. De verschraling was zo groot en de ontkenning van de stroom van het bloed en de hartenklop zo absoluut, dat ik het niet langer meer uithield en weer achter piano kroop, en zo begon Canto te ontstaan. Het is de geschiedenis van mijn eigen lichaam. Zo moet je dat beschouwen: alles slibde dicht en aan de piano ging mijn bloed weer stromen. De sensualiteit van het leven ging weer meedoen.”

Aan de manier waarop iemand tonaal componeert herken je niet zijn vakmanschap, want die heeft iedere Nederlandse componist, maar wel zijn kunstenaarschap, meent Ten Holt. “Het kunstenaarschap is iets genadigs: meerwaarde die je hebt of niet hebt, maar wat die meerwaarde is in de muziek, dat blijft een geheim. Pas als je tonaal componeert blijkt wat je waard bent; wat je aan inhoud in huis hebt. Als je geen inhoud hebt is tonale muziek ook vreselijk. Dan schaf je flink wat getetter aan om die leegte te maskeren. Zo is heel veel Nederlandse muziek een tetterende maskerade van leegte.”

Luisteraars reageren sterk op de muziek van Simeon ten Holt, die dan ook sterke voor- en tegenstanders genereert. Ten Holt: “Ik heb nogal wat brieven gekregen van mensen die buitengewoon dankbaar zijn voor mijn muziek en er dagelijks mee leven. Voor mij is het zodra het geschreven is voorbij. Ik luister er ook nooit meer naar, behalve tijdens concerten of bij nieuwe opnamen. Er is net een nieuwe interpretatie van Natalon uitgebracht door Tamara Rumiantsev – o, u kent haar? Nou, ik moet zeggen, dat doet ze heel aardig. Er was er al eentje van Kees Wieringa, maar die van haar is ook heel goed. Meer vrouwelijk. Wieringa is heel robuust, zij is vrijer, met vertragingen en versnellingen en dat maakt het net iets vrouwelijker. Ja, dat klinkt misschien bizar voor u.”

Sinds Canto Ostinato heeft Ten Holt meer grootschalige werken geschreven volgens hetzelfde principe, waaronder Lemniscaat (1983), Incantatie IV (1990), en Méandres (1999). Kenmerkend voor die avondvullende composities zijn de eindeloze herhalingen en het min of meer ‘open scenario’ waarin de uitvoerders de ruimte krijgen om zelf beslissingen te nemen. Het aantal herhalingen van de tussen dubbele strepen genoteerde secties is vrij en daarmee de duur van het stuk, de dynamiek is vrij, en de wijze van spelen.

“Het middendeel van Canto Ostinato, bijvoorbeeld, kun je gebonden spelen, maar ook plotseling staccato en dan geeft dat een sterk klankkleur verschil. Het gaat in mijn stukken om een sociaal proces waarin de spelers elkaar moeten vinden. Ik heb dan ook wel goede pianisten nodig maar geen sterren, want sterpianisten zijn te individualistisch en te zeer solisten. Bij mij moeten ze een interactie met elkaar aangaan. Dat is het geheim.”

Van zijn Canto Ostinato zijn er inmiddels zo’n zes of zeven interpretaties op cd verschenen, denkt Ten Holt,. en die interpretaties verschillen sterk. “Zo zelfs dat ik bepaalde interpretaties niet meer als mijn stuk beschouwde. Ik werd bijvoorbeeld wel boos toen ze van de melodiepassage een soort fuga gingen maken. Stilwiderlich noem je dat in het Duits, het hoort niet in de stijl thuis. Net alsof je Middeleeuwse muziek met Mozart combineert. En dan is er ook een uitvoering op cd waarop maar de helft van Canto Ostinato wordt gespeeld, met voor de smulpapen aan het slot nog even die melodiepassage. Dat vind ik degoutant, teveel op de verkoop gericht. Maar mijn controle op mijn stukken is natuurlijk maar betrekkelijk, want ik volg niet alles wat ermee gebeurt.”

Zijn meeste composities schreef Ten Holt voor een of meer piano’s, een enkele, Palimpsest, voor strijkers. Met vocale muziek houdt hij zich niet erg bezig, afgezien van het merkwaardige ..A/.TA-LON (1967) voor mezzosopraan en 36 pratende en spelende instrumentalisten waarin hij de tekst atomiseerde tot betekenisloze klanken.

Liederen heeft hij nooit geschreven. “Ik zit wel eens te denken, moet dat niet nog een keer. Maar ik weet niet of ik nog heel lang zal leven, ik ben al vrij oud hoor, en mijn vitaliteit is vorig jaar zo ernstig op de proef gesteld, dat ik het niet nog een jaar dacht vol te houden. Het gaat nu wel weer redelijk. En zou ik niet ook nog eens voor koor moeten componeren. Dat is natuurlijk prachtig, een koor. Maar ik beloof niks. Ik vind het nu aan het eind van mijn leven ook wel leuk om op een bankje bij mijn huis te zitten en in het zonnetje een pijpje te roken. Nou, die pijp is er helaas niet meer bij, maar er is wel een bankje, er is soms zon en er is een dik boek, over Goethe.”

Vredenburg Utrecht, vr 15 juni 20.15 uur, Canto Ostinato van Simeon ten Holt door Polo de Haas en Kees Wieringa (piano’s). Uitreiking Gouden cd voor Canto Ostinato aan de componist.

back